De portefeuillehouder zegt toe om de inleiding van haar reactie 1ste termijn, op de ingediende motie vreemd GB, op schrift beschikbaar stellen aan de raad.
Fracties
VVD
Portefeuillehouder
Burgemeester Nijkerken-de Haan
Deadline
31-12-2025
Laatste stand van zaken
29-12-2025: “Handhaven is geen natuurlijk geen doel op zich. Voordat ik op de beide moties inga wil ik u nadrukkelijk in overweging meegeven dat het college als bevoegd orgaan de beginselplicht tot handhaving heeft waarbij het college zich houdt aan de kaders die u in het omgevingsplan heeft vastgesteld. We hebben ons daarbij geconformeerd aan de landelijke handhavingsstrategie. Dit om te stimuleren dat alle inwoners en ondernemers zich ook houden aan uw regels. Handhaven voorkomt daarnaast dat burgers en ondernemers die zich wel aan de regels houden benadeeld worden ten opzichte van overtreders van uw vastgestelde beleid. Oftewel, zonder handhaving verliezen regels hun waarde.
De parasols met windschermen merken wij aan als gebouwen. Deze zijn zonder omgevingsvergunning geplaatst. Daarom hebben wij IJzeren Man (IJM) met onze waarschuwingsbrief van 13 april 2023 verzocht om de parasols en windschermen te verwijderen en verwijderd te houden.
Op 19 juni 2023 is vervolgens een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het plaatsen van twee bouwwerken met windschermen. Hierna hebben we de handhaving aangehouden tot hierover een oordeel van de rechter lag.
Op 15 mei 2024 is besloten de aanvraag te weigeren. Tegen deze weigering is bezwaar en vervolgens beroep ingesteld. De rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft op 24 april 2025 uitspraak gedaan in deze beroepszaak en geoordeeld dat het beroep ongegrond is. Hiertegen is door IJM hoger beroep ingesteld. Op 24 april 2025 heeft de rechtbank geconcludeerd dat er sprake is van een gebouw.
Na de uitspraak van de rechtbank hebben we het handhavingstraject weer opgepakt. Op 13 mei 2025 hebben wij een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom verzonden. Op 28 augustus 2025 is vervolgens een last onder dwangsom opgelegd. Hiertegen is bezwaar aangetekend en een verzoek om voorlopige voorziening ingesteld. Op 21 november 2025 heeft de Voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Het hoger beroep dient, naar verwachting, pas over twee jaar bij de Raad van State.”